Bostrollen

Ik had hem wel gezien hoor. Vanaf ik het bos in reed met mijn fiets had ik hem al gezien. Hij zat in de kruin van de eerste boom. Ik negeerde hem want dat is het beste wat je kan doen. Hij volgde mij door van de ene boom naar de andere te springen, geluidloos. Ik bleef hem negeren en reed rustig door. Het was fris op de fietsweg die door het bos liep en ik was blij dat ik in de verte de zon zag schijnen. Ik had nog een paar honderd meter te fietsen en zou terug het lekker warme zonnetje op mijn vel voelen schijnen ware het niet, dat hij me had ingehaald! Op de ene of andere manier had ik hem toch uitgedaagd en kwaad gemaakt en had hij het klaar gespeeld mij een lekke achterband te bezorgen.Dat heb je natuurlijk met die verdomde ‘bostrollen’. Je moet niets opvallends doen om hen tot zulke actie te dwingen. Koeionnen!!

Hieronymus

24 augustus 2012

De doodlopende steeg

De donkere steeg met aan de ene zijde een blinde bakstenen muur, de achterzijde van de sigarettenfabriek, en aan de andere kant rijhuisjes die stonden te verkommeren had een beangstigend uitzicht. Geen mens die er nog kwam. Zelfs een wandelaar die ’s avonds de hond uitliet waagde zich niet in de smalle steeg. Voor Sally zou de donkere steeg een onomkeerbare wending in haar leven betekenen.

Het was net tien jaar geleden, eigenlijk waren het maar een 5 tal minuten, wanneer Sally Longshut de hoek omdraaide en de donkere steeg begon door te lopen. Het was een binnenweg naar het huis van een vriendin die zij pas zondag leerde kennen. Toen zij ongeveer 30 meter in de steeg was viel de schaarse verlichting uit. Nu, geen reden tot paniek. Zij had de invallende verlichting van de brede stadsboulevard vóór haar. Wat Sally irriteerde was dat zij het gevoel had dat het verlichte rechthoekige vlak op dezelfde afstand bleef naarmate zij toch snel doorstapte. Zij kreeg het gevoel dat zij in een film terecht was gekomen waar het beeld vertraagd werd weergegeven. Dat was nog niet alles. Achter haar hoorde Sally een gekras van duizenden pootjes over de kasseien. Het was alsof duizenden mieren achter haar aankwamen. Dacht zij. Sally keerde zich om en tuurde in de duisternis. Niets te zien! Zij verwachte het licht te zien van de straat waarvan zij gekomen was voor zij de steeg indraaide. Maar ook dat niet.2) Het gekrassel kwam dichterbij en Sally begon haar pas te versnellen. Het licht kwam echter geen stap dichterbij. Een reuzenhand hield haar tegen. Angstig keek Sally achterom en probeerde toch iets te zien in het volkomen duister..
Het was halfacht. Sally stond op uit haar luie zetel waarin zij zich, na haar vermoeiende dagtaak, graag in neer vleide om het 7 uur nieuws op tv te volgen. Zij had een afspraak met Persephone, een mooie meid die zij een paar keer was tegengekomen in de dancing waar Sally in de weekends plachte te komen. Niet zozeer om te dansen, dat interesseerde haar geen barst, maar eerder om contacten te leggen met exemplaren van haar sekse. Persephone vond haar in plaats dat zij haar opscharrelde. Sally kwam de dancing binnen en gleed uit op de bovenste trede van de trap die haar naar beneden moest voeren waar zich de dansvloer bevond. Zij schoof op haar rug de trap af en kon zich op geen enkele manier vasthouden. Zij wist dat zij een komisch figuur sloeg en de val deed verdomme pijn. Zij kwam neer aan de onderste trap en zat op haar kont verweest naar haar voeten te kijken aan het eind van haar gespreide benen. Toen zij voorzichtig opkeek verwachte zij lachende gezichten die haar stonden uit te lachen maar dat was niet. Het eerste wat zij zag was een groot deel van twee knappe borsten die gemaskeerd werden door een diep uitgesneden decolleté. Het meisje dat zich over haar boog was méér dan begaan met de ongelukkige Sally dan dat zij eigenlijk het komische ervan inzag. 3) ‘Heb je je pijn gedaan? ‘ vroeg ze met een vriendelijk stemmetje. ‘ Eigenlijk niet zoveel’ zei Sally: ‘ik ben enkel een beetje groggy en mijn rug brandt een beetje.’ Zij probeerde recht te staan en tot haar verwondering lukte haar dat ook. Het meisje, dat later Persephone bleek te heten, maar iedereen noemde haar Foontje, was voor haar al een glas water gaan halen aan de bar. Sally bedankte haar en dronk het glas uit tot op de bodem. Zij schuifelde naar de dichtst bijstaande lege stoel, ondersteund door de mooie meevoelende meid. ‘ Heu, ik heet Sally, zei zij, ‘en ik excuseer mij voor mijn zeer opvallende intrede in de wondere wereld van de dans. Dit noemt men de zwevende kontstrot in mineur.’ Het meisje lachte een rij parelwitte tanden bloot en zei dat zij Persephone heette, maar dat zij haar Foontje kon noemen. Sally dankte haar nogmaals voor de goede zorgen. Zij bleven de ganse avond bij elkaar zitten en legden zowat hun ganse leven bloot. ‘Persephone!?’ vroeg Sally, ‘eigenlijk geen alledaagse naam voor een mooie meid als jij’. ‘Tja, inderdaad, zulk een naam hoor je niet veel in de wereld,’ antwoordde Foontje. ‘ Naar het schijnt is mijn naam ontleent aan de Griekse Mythologie. Zij was de dochter van Demeter, ontvoert door Hades naar de onderwereld. Hades schonk haar, op vraag van zijn broer Zeus, een gedeeltelijke vrijheid en zo kon zij in de lente en ook een deel van de zomer naar de aarde terugkeren om alles in bloei te zetten vooraleer gedwongen terug te keren naar Hades.’ ‘Hmm, interessant!’ zei Sally, ‘eigenlijk ben jij dus de brengster van alle leven op aarde?’ ‘Zo kun je het wel zeggen ja.’‘Mag ik je nog iets te drinken aanbieden? Tenslotte heb je mij ook nieuw leven ingeblazen na mijn schuivende inkom.’ lachte Sally. ‘ Ja hoor, breng mij maar een granaatappeljus,’ zei Persephone. 4) Nadat zij hun drankjes hadden genuttigd en verder hadden geboomd over koetjes en kalfjes verlieten zij de dancing. ‘Ik weet niet hoe jij er over denkt maar, ik hoop dat wij nog eens een keertje kunnen afspreken,’ zei Sally. ‘Wel, ik heb zo een gevoel van een goede vriendin te hebben tegengekomen en een afspraak… wel, kun jij morgenavond naar mij thuiskomen? Sunset boulevard nummer 1822. Je neemt de lift naar de hoogste verdieping. Je vindt mij wel. Ho ja, Sally, ik ben de gelukkige bezitster van een leuke hond. Je moet geen angst hebben voor hem. Hij is een brave kneut die geen mens kwaad doet. Hij bewaakt enkel mijn knus appartement en ook mijn bezittingen. Als je die wilt betreden of bemachtigen dan kan hij al eens uithalen maar als ik er ben doet hij geen vlieg kwaad. Zijn naam is Orthrus.’ ‘Ik pas wel op’ zei Sally. Al wandelend kwamen zij aan het appartementenblok van Foontje. Sally kuste haar bij het afscheid op de wang en wilde zich omdraaien doch Persephone hield haar tegen. Zij nam Sally’s hoofd tussen haar twee handen en kuste haar vol op de lippen. Sally, die haar lesbische gevoelens niet onder stoelen of banken had gestoken tijdens het verkennende gesprek, beantwoordde haar kus en duwde speels haar tong in Persephone’s mond. Persephone zoog zich vast aan Sally’s lippen en Sally voelde hoe de lucht uit haar longen werd gezogen. Zij had moeite zich los te trekken en toen dat lukte moest zij naar adem happen waarbij zij een rare smaak in haar mond gewaar werd. 5) Beleefdheidshalve zei zij niets hierover tegen het meisje dat haar doordringend bleef aankijken. Sally verontschuldigde zich en zei dat het reeds laat begon te worden en dat zij de volgende morgen vroeg uit werken moest. Persephone ging de woning binnen en draaide zich nog één keer om om Sally nog een handzoentje toe te werpen. Sally merkte dat er een rare donkere kleurschakering rond Persephone’s lichaam kwam hangen. Het zal wel komen door de verlichting in de inkomhal van het gebouw, dacht zij en vertrok naar huis. ’s Anderendaags haastte Sally zich van het werk naar huis toe. Zij had de afspraak met Foontje nog niet vergeten. Thuisgekomen nam zij een uitgebreide douche en at een kleinigheidje. Zij spoelde de mond met een glas vers fruitsap en poetste daarna de tanden. Zij controleerde voor de spiegel of er geen etensresten tussen haar tanden waren blijven zitten en spoelde nog eens na met mondwater. Zij kamde haar lange blonde lokken en spoot er spray op. Het zou de ganse avond in vorm blijven. Sally had een knappe kop haar dat zij goed verzorgde. Zij stapte naar de slaapkamer en haalde haar beste vrijetijdskleding uit de garderobe. Een losse blouse die zij kon laten openstaan zodat haar borsten goed tot hun recht kwamen alsook de gouden ketting met het kruis dat zij van haar overleden moeder had gekregen. De nauw passende blauwe jeansbroek en de zwarte glimmende hoge hakken. Zo, nog even in de spiegel kijken of alles kits is en dan wegwezen. Ha ja, nog wat deodorant onder de oksels en klaar. Het was bijna 19:30 uur als Sally de steeg indraaide die maandagavond. De vlinders fladderden in grote getale in haar buik.

6) Het was aardedonker achter haar. Sally kreeg een paniekgevoel over zich en draaide zich naar het licht dat nog steeds even ver verwijderd was dan toen zij de steeg inkwam. Het krasselen was aangezwollen tot een oorverdovend lawaai dat pijn deed aan de oren. Sally voelde nu ook een warme zucht in haar nek. Het leek alsof iemand of iets in haar nek ademde. Als dat zo was mocht die iemand of iets dringend zijn adem verzorgen want hij stonk verschrikkelijk uit zijn bek. Sally liep uit alle macht naar het licht toe maar kon het niet bereiken. Zij schreeuwde uit volle borst maar het krasselende geluid overstemde haar. Zij had het gevoel dat haar stem gedempt werd door de duisternis. Plotseling zag zij een vrouwenfiguur in het licht verschijnen. Zij leek op Persephone. De figuur stond daar met de armen schuin omhoog gespreid alsof zij een geest of wat aanriep. Haar figuur stak duidelijk af door het doorschijnende gewaad dat zij droeg. Sally riep haar naam maar de vrouw reageerde niet op haar geroep. Langzaam liet zij de armen zakken en wees nu met één arm naar haar. Sally voelde hoe zij helemaal niet meer vooruit kwam en vond het beter het op te geven om alzo haar krachten te sparen als zij die nodig mocht hebben. Toen hoorde zij de stem. Het was de vrouw die sprak maar het was helemaal geen vrouwelijke stem. Deze stem klonk alsof zij diep uit de hel kwam. Een zware hese gorgelende basstem was het die haar aansprak. 7) “Sally Longshut, jij bent uitverkoren om mij, Persephone, te vervangen aan de zijde van Hades, de God van de onderwereld. Laat je meevoeren Sally. Er zal je niets overkomen enkel dat je nooit meer het daglicht zult aanschouwen. De vrijheid om in de lente naar de oppervlakte te komen om de wereld nieuw leven in te blazen zal aan jouw niet besteed zijn nu ik Persephone de vrijheid heb verkregen.”Sally kon haar oren niet geloven. Dit was een kwade droom. Dit kon niet echt zijn. Zij hoorde een rochelende adem achter haar en draaide zich verschrikt om. In de duisternis kon zij een dierlijke vorm onderscheiden. Immens groot. Met opengesperde muil viel het beest over haar. Sally werd opgeslokt in de duisternis. Het krasselende geluid hield op en de straatverlichting flipte terug aan.

De nieuwe Sally stapte de steeg in en liep in de tegenovergestelde richting. Niemand heeft ooit van de persoonswissel geweten. Sally was Sally met al haar fouten en deugden. Iedereen wist dat Sally zich goed verzorgde en dat zij van vrouwen hield. Het was misschien daarom dat zij er jong bleef uitzien. Niemand heeft er ooit graten in gezien dat Sally op geregelde tijden van werk veranderde en nu en dan naar een andere staat verhuisde……

Hieronymus
14 september 2008

De speciale gave


Ik heb die speciale gave! Een gave waarvan ik het bestaan niet wist totdat….. Het jaagt me een duivelse angst aan, die gave.

Het is een tijd geleden dat de doodsbrief in mijn brievenbus viel. Meneer van Caethuizen was niet meer. Geboren in 1922 en overleden op 1 september 2007. Raar dat die man net op die datum moest overlijden. Op 1 september beginnen de scholen terug. Hij was onderwijzer op rust dus had hij het moment suprème goed gekozen. Ik vond het eigenlijk niet evident dat de familie van de man mij nog kende. Ik was enige jaren terug studiemeester geweest in de school waar de overledene les gaf en had eveneens het feestje meegevierd bij de op ruststelling van Van Caethuizen. Ik was op vriendschappelijke voet komen te staan met de leraar toen ik getuige à décharge was op het proces waarbij Van Caethuizen onterecht werd beschuldigd van ontucht met een minderjarig meisje uit één van zijn klassen. Het verwende wicht had hem vals beschuldigd nadat zij zeer slechte punten had behaald op het examen. Toch had zij buiten mij gerekend. Het tijdstip waarop de feiten zouden gebeurd zijn klopten niet met mijn aanwezigheid op school. Als de feiten al hadden plaatsgehad moesten zij gepleegd zijn toen ik aanwezig was op het secretariaat. Mijn computer loog daar niet om. Er was op die avond niemand in de school aanwezig. Daar was ik zeker van want ikzelf had die avond een laatste security ronde afgewerkt waarbij ik zelfs een openstaande raam in de klas van de betreffende leraar had afgesloten. 2) Tijdens die ronde had ik niets opgemerkt. Mijn getuigenis sprak de heer Van Caethuizen vrij. Hoewel de stempel van verkrachter al die tijd een zekere druk op hem legde bleef hij toch zijn licentie van leraar behouden en heeft hij zijn term volbracht. Hij heeft niet lang kunnen genieten van zijn pensioen want we zijn nu een jaar later en de arme man is overleden. Van een hersenbloeding maar ja, dood is dood. Dus ik op 6 september naar die man zijn begrafenis. De kerk was goed gevuld. Meestal familieleden. Een deel van hen kende ik nog. Een paar oud-leerlingen waren eveneens aanwezig en ook, en dat vond ik zeer raar, het meisje met haar ouders. Het moment van groeten aan de kist was aangebroken en ik volgde de rij aanwezigen. Toen ik vóór de kist het hoofd boog ter afscheid en respect voor de man hoorde ik een stem zeggen: “Bedankt voor je komst” . 3) Het zou de normaalste zaak van de wereld zijn geweest moest iemand van de familie een bedankje hebben geuit maar dat was het niet. Ik hoorde duidelijk de stem van Van Caethuizen. Toen ik opkeek in de richting waaruit de stem kwam, over de kist heen dus, stond hij daar rechtop, naast de kist, mij recht in de ogen kijkend. “Bedankt voor je komst” zei hij nogmaals. Ik stond als aan de grond genageld en als de pastoor mij niet bij de elleboog had aangemaand om door te schuiven had ik er nog gestaan. Ik liep terug naar mijn plaats in de kerk en draaide mij naar het altaar toe. Ik zag dat de dode niet meer naast de kist stond. Ik dacht bij mezelf dat ik aan hallucinaties leed. Maar dat was niet! Hij stond nu naast mij tegen de pilaar geleund. Ik negeerde de verschijning en concentreerde mij op de dienst vooraan in de kerk. Ik observeerde de mensen rondom mij en zij schenen niets te horen of te zien van de dode man naast mij. Mijn verbeelding zou me wel parten spelen. Een betere uitleg kon ik mij op dat moment niet voorstellen. De eredienst liep ten einde en alle aanwezigen volgden de kist naar buiten. Ik stond op en was direct gerustgesteld. Er stond niemand meer naast mij. Oef! 4) Ik liep de kerk uit en stapte naar mijn auto om het gevolg te vergezellen naar het kerkhof. Na een kwartiertje te hebben gereden parkeerde ik de wagen op de parking. Ik was iets te laat daar en zag dat de lijkstoet zich reeds naar het open graf had begeven. Groot was mijn verbazing dat de eerste man na de dragers van de lijkkist Van Caethuizen zelf was. Hij draaide zijn hoofd naar mij en lachte mij toe. Verdomme, waarom merkte niemand dat op? Ik volgde op een afstand. De dragers zetten de kist neer op de dwarsbalken die over het open graf lagen. Ik nam een plaats in ergens achteraan en sloeg geen acht op de man die naast mij kwam plaats vatten. “Ik ben blij dat je hier bent” zei de man. Ik keek hem zijdelings aan en de adrenaline spoot in mijn aderen. Het was de leraar. Zijn gezicht was lijkbleek en zijn ogen staarden recht voor zich. “Verwonderd?” vroeg hij, zonder dat zijn mond bewoog. Bijna antwoordde ik maar ik werd me bewust dat ik dan een mal figuur had geslagen. Niemand zag of hoorde de man. Verdomme, als dit achter de rug was moest ik vlug professionele hulp vragen. Dit was onmogelijk.
“Neen, mijn beste vriend! Dit is echt!” klonk de stem. “Jij hebt de verrukkelijke gave om mensen op te wekken uit de dood. Enkel voor jezelf! Straf hé!?” Ik kreeg de daver op het lijf maar ik kon het niet voortijdig afstappen. Men liet de kist in de kuil zakken en de man zei: “Fantastisch dat je je eigen begrafenis kan meemaken. Niet in maar uit je kist! Hahahaha!!”
5) Die lach was het akeligste wat ik in mijn ganse leven al had gehoord. Een dode die op zijn eigen begrafenis stond te lachen. Ik wierp het aangeboden bloempje in de kuil op de kist en verwijderde me nadat ik de naaste familie mijn condoleances had aangeboden. Ik haastte mij naar mijn auto en hoorde de hijgende adem achter mij. “Niet zo vlug man” hoorde ik hem zeggen, “Je weet toch dat je met een overledene hebt te maken en die kunnen niet meer naar lucht happen zoals het moet.” Ik probeerde de stem te negeren en stapte in de wagen doch, Van Caethuizen zat al op de passagiersstoel. “Okee!” zei ik met benepen stem: “ aan wat heb ik dit alles verdiend?” “ Ik heb je al gezegd dat je de gave hebt om dode mensen nog even te laten genieten van het leven boven de grond vooraleer zij mogen rotten in hun kist.” “ Ik heb die gave niet en daarbij, ik heb reeds andere mensen begraven en die kwamen mij niet koeioneren tijdens hun dienst, waarom jij wel?” “Wel mijn vriend, vertel mij eens waarom jij voor mij hebt gelogen tijdens mijn proces? Ik veronderstel dat dit de reden is van jouw gave dat je enkel die mensen oproept waarvoor je hebt gelogen tijdens hun leven.” “ Gelogen? Heb ik voor je gelogen?” “Inderdaad! Jij wist goed genoeg dat jij mij en het meisje, even voordat je de laatste ronde deed hebt zien buiten gaan. Dat was nog eens genieten man! Zo’n heerlijk jong lichaam. Gelukkig was zij zo onder de indruk van mijn bedreigingen dat zij totaal tilt sloeg en ik alles met haar kon doen wat mij in het hoofd schoot. En er schoot veel door mijn hoofd op dat moment hoor. Hoho, was dat fantastisch!” 6) “Vuile vetzak! Ik heb je wel bezig gezien maar ik haatte dat kreng! Ik haatte haar!!” riep ik hem in volle razernij toe. Een koppel dat net hun geparkeerde wagen kwam ophalen zag mij fel gesticulerend tieren tegen….eigenlijk niemand!! Ik zag hen uit een ooghoek en zweeg abrupt. Ik startte de auto en reed de parking af. De onbeweeglijke lippen van de dode man zeiden: “Er zal toch een reden zijn waarom je voor mij hebt gelogen op het proces?”
“Ach man, ik weet inderdaad wanneer je het gebouw hebt verlaten met het meisje maar men heeft mij ook nooit gevraagd. Daarbij, het meisje is een echt kreng en daarom was ik er als de kippen bij om haar beschuldigingen in twijfel te trekken. Een andere reden en uitleg is daar niet voor te vinden.”
“Zo, “ zeiden de lippen nog altijd onbeweeglijk en geheimdoenlijk: “nu dit uit de voeten is kan ik met gerust gemoed afscheid nemen en overstappen naar de andere zijde. We spreken elkaar nog wel maar denk eraan, lieg niet zo veel voor mensen waarvan je niets weet. Ze kunnen zich wel eens tegen jouw keren.” En weg was hij!
Ik stopte voor mijn huis en zette de motor af. Twee mannen stonden te wachten aan de voordeur. Zij stelden zich voor als rechercheurs van politie en lieten hun identiteitskaart zien. Zij namen mij mee naar mijn wagen en verwijderden het zendertje dat onder mijn achterzetel lag. Waarschijnlijk was het ding vanmorgen door het open achterraampje naar binnen geworpen.
De mannen sloegen mij in de boeien en namen me mee naar het bureau. Aan de overzijde van de straat stond het blauwogige verwend nest met een vernederende glimlach op haar lippen. Haar ogen doorboorden mij als wilde zij zeggen : “ Nooit zal ik nog zó van seks genieten als toen die avond, toen jij door het venster van de deur stond te gluren en je jezelf stond af te trekken!”
In de verte klonk de hatelijke lach van de dode man nog in mijn oren. Drie jaar gevangenisstraf voor meineed! De schuld van Van Caethuizen werd nooit bewezen.
Ik weet nu ook hoe een gekkenhuis er vanbinnen uitziet hoewel ik niet gek ben. Het waren de doden die in de gevangenis gestorven zijn die mij tot dingen aan hebben gezet waarvan men denkt dat ik ze niet alle vijf op een rijtje heb. Toch, ik heb die gave ! Echt! IK HEB DIE GAVE!!!!!

Hieronymus

03 augustus 2008

Keltisch feest

Nieuwjaar bij de Kelten
zeer ver terug in de tijd
stond het hele dorp op stelten
voor de Geestelijke vrijheid

ondergang van de zon
einde van de zomertijd
ontsteek de flakkerende bron
overledenen nemen afscheid

het licht leidt hen de weg
veilig naar het rijk der doden
Druïden hebben nu hun zeg
omdat wij hen een aalmoes boden
ingetogen nacht
van oktober op november
hedendaags verkracht
het is Halloween remember?

Hieronymus